Horae belgicae: Studio atque opera Hoffmanni Fallerslebensis, Volume 12

Couverture
 

Avis des internautes - Rédiger un commentaire

Aucun commentaire n'a été trouvé aux emplacements habituels.

Pages sélectionnées

Autres éditions - Tout afficher

Fréquemment cités

Page 72 - Jesus bruit: mocht icse eens sien of spreken! si soude wel comen uit.' 11. Dat alderjoncste nonneken ghinc voor den ruiter staen, haer haerken was afgheschoren, de minne was al ghedaen. 12. 'Ghi meucht wel thuiswaert riden, ghi meucht wel thuiswaert gaen, ghi meucht een ander kiesen, mijn liefde is al vergaen. 13. Doen ie een haveloos meisjen was, doen stiet ghi mi metten voet; hadt ghi dat woort ghesweghen, het hadde gheweest al goet.
Page 87 - Wat trok hij uit zijn m on we ? een ketting rood van gouwe : 'die wil ik u, schoon kind, schenken, wilt op uw lief niet meer denken !' 7. 'Al ware de ketting nog eens zoo lang, dat zij van de hemel op de aarde hang, veel liever wil ik ze verliezen, eer ik een ander liefje wil kiezen.
Page xix - Alte hoch- und niederdeutsche Volkslieder mit Abhandlung und Anmerkungen herausgegeben von Ludwig Uhland.
Page 99 - ... 8. Zij wiesch haar handen en droogde ze schoon, en leide ze op zijn zadel ten toon; aan haar ringen kon hij ze kennen, als dat zij hetzelfde magetje was, dat hij plagt te beminnen. 9. Hij had er het schoon kind lief en waard, en hij zette ze voor hem op het paard, en met een zoo ging hij rijden; hij trok haar lazerus kleederen uit en hij kleedde ze in witte zijde. 10. „Adieu vader en moeder mijn, adieu zuster en broederlijn, adieu mijn vriendetjes allen! ik dank den God van 't hemelrijk, dat...
Page 2 - Dat hijt uten Walsche heeft ghedicht Ende verstandelike in Dietsche bericht Den ghenen, diet Walsche niet en connen.
Page 335 - Dezelfde aanvangsstrophe, met vier andere strophen, „op de wijse als 't begint", zijn te vinden in: Parnassus dal is den blijtn-bergh, Antw. 1623, den tweeden druk, bl. 140. Wij komen getreden met onze starre. C. 1. Wij komen getreden met onze starre, lauwerier de cransio, wij zoeken heer Jesus, wij hadden hem gaarne. Lauwerier de knier zijn Karels konings kinderen, pater bonne Franselijn, Jeremie. 2. Wij kwamen al voor Herodes zijn deur, Herodes den koning kwam zelver veur. 3. Herodes die sprak...
Page 11 - ... och myn vrienden, by gods min ! den leeuw zal u niet misdoen !' 35. Hy nam den hertog en den leeuw, hoort mijn vermaen! hy voeren over zeeuw. maer den vyand kwam daer zaen by den edelen hertog fier en riep met groot vergrouwen : 'mynheer, wat doet gy hier? uw vrouw zal morgen trouwen !' 36. Als den hertog heeft gehoord, van zyn huisvrouwe zulk vernam, hy wierd geheel gestoord en sprak zeer onbekwam: ''k en kan 't gelooven niet! zy belofde my zonder ophouwen, doen als ik van haer schied, geen...
Page 209 - Naer Oostland willen wy ryden, naer Oostland willen wy mee, al over die groene heiden, frisch over die heiden, daer isser een betere stee.
Page 3 - Hi nam hem in zijn middele, al daer hi smaelste was, Hi worp hem neder te rugghe al in dat groene gras. 13. So wie hem selven aen den ketel wrijft, hi heeft gaerne van den roet. So hebt ghi ghedaen, ghi ionghe helt, hier teghen dinen wederspoet. Spreect nu u biechte, u biechtvader wil ic zijn, dats bistu van den wolven, ghenesen moecht ghi zijn.
Page 88 - Wat stac si op? drie keersen, Drie keersen van twaelf int pont, Om daer mee te behouden Sconincs sone, van jaren was jonc.

Informations bibliographiques