Images de page
PDF
ePub

Daarvan

uit de Nederlanden

% stukken %

40900 3.9 40900 3.9

met Nederland

sche schepen
stukken

[ocr errors]

669000

635503

18580 1.6 2000 0.2

948686

31000

3.1 11000 1.1

795888

608

150

905900

4210

500

847354

200

200

139426

9278

358280

19394❘ 5.3

107580

8500 3.3 124200

[ocr errors]

0.4

[ocr errors]

0.9

19202 5.2

8500

3.3

Bijlage IV.

Jaren

1565

1575

1585

1595

1605

1615

1625

1635

1645

1655

Vervoerde

huiden

1061363

870848

1143902

1000109

1107239

1007910

279385

890954

353481

254955

8578

[ocr errors]
[ocr errors]

[ocr errors]

Daarvan

1

Daarvan

met Engelsche

met Schotsche

schepen uit Engeland schepen uit Schotland stukken % stukken % stukken % stukken

%

63 669000 63 328973 31 337423 32

72 643503 74

221745

25 223345 25

83 999086 87.5

118648

10 142800 12.5

79 856388 85

86381

8.6 126721 12.6

81 981348 88

177987

16

113787 10

84 857854 85

122866 12

148866 14

50 139426 50

135841

49

139219 50

40 481480 54

367417

40 396487 43.5

30 140630 140630 39

191320

54 191320 54

49 127500 50

109735

43 118955 46

Daarvan kwamen uit

andere havens

lasten %

%

7 15461,5 4.5

1562-1569 377791,5 309544,5 81.5 68247 18.5 307241,5 81 28338
1574-1579 186775,5 103507,5 55 83168 45 119706 64 31127 16.5 12613 6.5 23329,5 13
1580-1589 311499 192665 61.5 118834 38.5 231441,5 74 36438 11.5 12350,5 4 31269 10.5
1590-1599 464564,5 301425,5 65 163139 35 325895,5 70 45246 9.5 29312,5 6.5 64110,5 14
1600-1609 473714,5 352068,5 74 121646 26 361610,5 76 49912,5 10.5 12296 3 49895,5 10.5
1610-1619 522438,5 433882 83 88556,5 17 404228 77.5 58289 11 18117,5 3.5 41804 8
1620-1629 414811,5 333334 80 81477,5 20 245036,5 59 68984,5 16 3872 1 96918,5 24
1630-16391) 315158 236169 75 78989 25 213123 67.5 39391,5 12.5 15570
1640-1649 578415 403053 70 175362 30 419299 72.5 50446,5 8.5 19913
1650-1657 207690 138362 66.5 69328 33.5 103773,5 50 22657,5 10.5 10738,5

5 47073,5 15

3.5 88756,5 15.5

5 70521 34.5

BIJLAGE V.

Jaren

Vervoerde

rogge

in lasten

Daarvan werden vervoerd

met andere
schepen
lasten %

met Nederl.
schepen
lasten %

Riga

Danzig Koningsbergen lasten % lasten % lasten

7.5 23181

1562-1657 3952858 2804011 76.5 1148847 23.5 2731355 70 430830,5 10.5 157964 1) De opgave over 1632 en 1634 ontbreekt.

4 633708,5 15.5

Daarvan kwamen

4060 20

3566,5 9.5

2385

4222 6.5

9487

7825

11 7899

35922,5 54.5 30094,5 45.5 32012,5 50
51526,5 34189,5 | 66 17337 34❘ 26630 51.5
61265,5 50489 82.5 10775,5 17.5 30141,5 50
1620-1629 68214,5 56469 82.5 11745,5 17.5 30538 44.5
1630-16391) 68753 59380 87 9373 13 54077,5 80
1640-1649 160541 142226 88 18315 12 128128 80 10969 6.5
1650-1657 52025,5 43363 83 8662,5 17 28588,5 55 7010 13

9693,5 13.5 12268

4022 6 3930

2821

7069

BIJLAGE VI.

Jaren

1562-1569

Vervoerde

tarwe

in lasten

1574-1579

Daarvan werden vervoerd

met andere
schepen
lasten %

met Nederl.
schepen
lasten %

Danzig
lasten %

33869 23625 70

10244 30

28338 84

2103,5 6

19752,5 12649,5 64

7103 36

63.5

12501
36895 21366,5 58 15528,5 42 23738 64

1580-1589

1590-1599

66017

1600-1609

4090

1610-1619

7006

Koningsbergen
lasten

Stettin

andere havens

% lasten % % lasten %

uit:

8

2082,5 6

2788 14.5

6.5

7205,5 20

14.5 20295,5 29

15 12981,5 25.5

13❘ 16269

26

18 17715

5.5 6723,5 9.5

1.5 18623 12

13 9358

1345 4

403,5 2

24

19

1562-1657 618859,5 1479680 77.5 139179.5 22.5 1394693 63.5 56742,5 9 55432,5 9 111991,5 18.5 1) De opgave over 1632 en 1634 ontbreekt.

DE OPKOMST VAN AEMSTELREDAM,
GODSDIENSTIG EN ECONOMISCH

DOOR

Dr. J. F. M. STERCK.

Toen prof. Dr. H. Brugmans den 7en Maart 1904, bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt in de geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, zijn merkwaardige rede uitsprak over „Het belang der Economische Geschiedenis", heeft hij voorgoed de richting vastgesteld, waarin zijn onderwijs zich zou bewegen. Vele van zijn leerlingen hebben zich, onder zijn bekwame leiding toegelegd om bovenal de handels- en de economische geschiedenis van Nederland te bestudeeren en het resultaat van hun onderzoek neer te leggen in degelijke met zorg bewerkte proefschriften. Dat hierbij in de eerste plaats de economische geschiedenis van Amsterdam aan de orde zou komen, spreekt vanzelf, zoowel om de belangrijkheid van de handelsstad, als door de groote sympathie die de hoogleeraar voor de stad, die hem het professoraat had aangeboden, gevoelde.

Prof. Brugmans sloot zich hierdoor aan bij de vanouds gevolgde studierichting. „De studie der Middeleeuwen zoo sprak hij heeft zich hier te lande van oudsher sterk in economische richting bewogen. Voor een niet gering deel moet dat worden toegeschreven aan den aard der bronnen. De oorkonden der vorsten, de landrechten der gouwen, bovenal de rekeningen van landen en steden dreven den geschiedvorscher naar den economischen kant.” 1)

Voor Amsterdam zijn het vooral twee proefschriften welke die van ouds beoefende economische richting hebben bevorderd, om slechts een paar te noemen, namelijk ,,De opkomst van den handel van Amsterdam", door Dr. H. J. Smit (1914) en ,,Het handelsverkeer der Oosterlingen in de dertiende eeuw," door Dr. J. G. Nanninga (1921). Eigenaardig is het, dat de twee schrijvers op het gebied der opkomst van den Amsterdamschen handel tegenstrijdige meeningen verkondigen, daar de laatste het handelsverkeer van Oostland, dat zijn de landen aan de Oostzee, door het Graafschap Holland leidt, terwijl eerstgenoemde deze zeevaart juist in de eerste plaats langs de Hollandsche kust voert. Voor de opkomst des handels van Amsterdam twee vragen van veel beteekenis, waarop prof. Brugmans te kennen geeft: ,,Zoo stel ik mij den oorsprong van den Amsterdamschen handel, zonder eenig verband met den binnenvaart door Holland,” en dus Dr. Smit bijvalt. :)

Het is niet mijn bedoeling te trachten een oplossing te vinden voor deze vragen betreffende Amsterdams opkomst. Alléén wensch ik er op te wijzen, dat, wil men een volledig en juist antwoord geven op de vraag hoe is Amsterdams opkomst en bloei ontstaan, het onafwijsbaar noodzakelijk is nog een ander voornaam element, naast de economische ontwikkeling, in het oog te houden, namelijk het bestaan en de ontwikkeling van het geestelijk leven in de stad.

1) Bl. 14.

3) H. Brugmans, De binnenvaart door Holland in de dertiende eeuw. Mededeelingen der Kon. Acad. van Wetensch. Afd. Letterk. 54, Ser. B., No. 5, 1922.

Immers de godsdienst en het kerkelijk leven waren in de middeleeuwen zóó innig verbonden met handel en wandel van de lieden, dat zij geen daad verrichtten, geen besluiten uitvoerden, of de kerk en de godsdienst waren er bij betrokken, en het dagelijksche leven was er als mede saamgeweven. Het getuigt dan ook niet van een ruim en diep historisch inzicht, wanneer men de opkomst van Amsterdam uitsluitend aan de ontwikkeling van haar handel meent te kunnen toeschrijven. Door de aandacht meer in het bijzonder te vestigen op de kerkelijke ontwikkeling van Aemstelle en Amsterdam, wil ik trachten een juister beeld te geven van de gesteldheid dezer streek vóór het midden der 14e eeuw.

Amsterdam behoorde oudtijds tot het gebied dat den naam droeg van Aemstelle, een drassige, waterrijke streek, ressorteerende onder het bisdom Utrecht, waarvan het tusschen 1196 en 1200 1) een decanaat vormde. Kerkelijk was Aemstelle vroeger geregeld dan Amsterdam, dat eerst later in kerkelijk verband wordt genoemd.

Als decanaat wordt het 't eerst genoemd in de lijsten der vischpenningen tusschen 1196 en 1200, die aan den domproost opgebracht moesten worden, waarin Aemstelle slechts voor 3 pond vermeld wordt op S. Jan Baptist, en de andere dekens 4, 6 en 8 ponden opbrachten. ?) Waaruit blijkt, dat de visscherij het voorname bedrijf van de bevolking was, en Aemstelle nog weinig beteekende.

In deze landstreek moet dus op de kentering van de 12e op de 13e eeuw reeds een kerk gesticht zijn. De heer G.C. 't Hooft meent, als een zijner hypothesen over het ontstaan van Amsterdam, dat op de plaats van de tegenwoordige Oude-Zijds-Kapel, een kapel van romaansche bouworde heeft gestaan, die op zijn minst uit de 12e eeuw zou dagteekenen. Al verdient het bijzondere waardeering voor zijn geschiedkundig inzicht, dat deze schrijver ook het kerkelijk element niet verwaartoost bij zijn onderzoek naar het ontstaan van Amsterdam, toch wordt deze veronderstelling door geen enkel documenteel bewijs gesteund. Zijn romaansche kapel zou toch stellig moeten voorkomen op de lijsten der vischpenningen, of bij de straks te vermelden tienden voor het H. Land, waar zij niet vermeld wordt.

Later hoop ik nog uitvoeriger op des heeren 't Hooft ingenieuse hypothesen terug te komen.

Prof. Brugmans toont overtuigend aan, dat ,,te Ouwerkerk stond, de naam wijst het aan de oude parochiekerk van Aemstel. Eerst in den loop der dertiende eeuw vinden wij de onderscheiding van Ouderen Nieuwer-Amstel gemaakt; dan wordt ook een tweede kerk gebouwd. En wat eindelijk Amsterdam betreft, kan men de stichting der Oude Kerk stellen tusschen 1278 en 1334. Nog eenigen tijd bleef zij een dochterkerk van die van Ouwerkerk. In het genoemde jaar 1334 scheidde

1) Volgens de lijst in Joosting & Muller, Bronnen v. d. gesch. der kerkel. rechtspraak enz.

?) Bijdr. Bisd. Hrlm. XXXV, bl. 63, bladzij 52. Van veel belang voor de geschiedenis der kerkelijke toestanden in de 14e en 15e eeuw zijn de nauwkeurige en goed gedocumenteerde studiën van pastoor J. C. van der Loos, t.a.p. en in zijn Geschiedenis van Amstelland.

« PrécédentContinuer »