Images de page
PDF
ePub

bloei gekomen. Pogingen van de Hanzesteden om van de centrale regeering der Nederlandsche gewesten gedaan te krijgen een beëindiging van de vaart der Hollanders op Narva stieten af op een weigering, daar de scheepvaart vrij moest zijn (1540) 1).

Toen nu de Engelschen succes hadden gehad met den weg om de noord, werden er ook pogingen gedaan door de Antwerpensche kooplieden om Narva te nemen als uitgangspunt voor het vinden van den landweg. In 1565 vindt waarschijnlijk voor rekening van den Antwerpensche koopman Barberini door een Enkhuizer schipper een vaart naar Narva plaats, om vandaar uit Moskou te bereiken 2).

De tijdsomstandigheden waren echter niet gunstig voor de ontwikkeling der handelsrelaties van de Nederlandsche kooplieden met het Moscovitische Rijk. Dit was ook het geval met het handelsverkeer tusschen Holland en Finland, dat in het begin van de 16e eeuw zich begon te ontwikkelen. De Zweedsche koning Gustaaf Wasa, die er op uit was Zweden los te maken van de overheersching op economisch gebied door de Hanze, had in 1526 met de centrale regeering een handelstractaat gesloten, waarbij voor de Hollandsche kooplieden Åbo en Viborg geopend waren 3). 't Lag echter niet in de bedoeling van den Zweedschen koning om Zweden in de economische afhankelijkheid der Hollanders te brengen. De aanleg van de haven Helsingfors en de instelling van den stapel te Ekenäs was dan ook niet alléén bedoeld als bevordering van den handel der Hollanders, maar tevens om het den Zweedschen onderdanen gemakkelijker te maken handel te drijven). De gelegenheid hiertoe was voor Zweden gunstig. De oorlogen van Karel V hadden aan het handelsverkeer der Hollanders een zwaren slag toegebracht. De Franschen blokkeerden een tijdlang het Vlie en de Maasmond, zoodat het voor de Hollandsche schepen onmogelijk was uit te zeilen (1557), waarbij later nog kwam de toenemende kaapvaart der Engelschen "). Voor de vreemdelingen werd

1)

Häpke, Nied. Akten I 367, 377.

2) Prot. Cloet. (1566/68) (R. A. Haarlem) f. 145; Hamel, England and Russia, p. 73.

3) R. Häpke, Die Regierung Karls V und der europäische Norden (1914) p. 127 e. v. - H. K. von Borries, Die Handels- und Schiffahrtsbeziehungen zwischen Lübeck und Finnland (Prob. Weltwirtsch. XXXVI) p. 45. 4) R. Häpke, Die Regierung Karls V und der europäische Norden J. Kretrschmar, Schwed. Handelskomp. und Kol. (Hans. Gesch. 1911) p. 217.

5) Häpke, Nied. Akten I 793, 798, 808, 819, 820, II 2. Rel. pol. des Pays Bas et de l'Angleterre (Coll. doc.) (ed. Kervyn de Lettenhove) 364, 524, 535, 642, 647 enz. Dep. Hoorn (1557/61) (R. A. Haarlem) f. 315; Prot. Cloet (1557/59) (R. A. Haarlem) f. 30, 94, 100, 279.

het daardoor gemakkelijk om in de periode 1540-1560 in het handelsverkeer met Holland een overheerschende positie in te nemen, al zal hij door het gebrek aan eigen scheepsruimte gebruik maken van Hollandsche schepen.

In 1545 wordt voor 't eerst melding gemaakt van een Finsch schip, dat een reis onderneemt naar Holland, terwijl in 1551 te Åbo een Hollandsch schip wordt aangetroffen. Door gebrek aan gegevens kan niet nagegaan worden, of men hier te doen heeft met een bevrachting door Hollanders of vreemdelingen, maar gelijk we later zullen zien, waren in de volgende jaren in hoofdzaak Finnen uit Viborg en andere plaatsen bevrachters 1).

Van groote beteekenis zijn voor het handelsverkeer tusschen Holland en Oost-Europa geweest de gebeurtenissen in Livland, omstreeks 1560. De achteruitgang van de Livlandsche ordestaat had aan Polen en Rusland gelegenheid gegeven zich met de interne aangelegenheden van dit voor den handel op Oost-Europa belangrijke gebied te bemoeien. Toen Sigismund van Polen overging tot het zenden van troepen om de orde in Livland te herstellen, was dit voor Ivan IV van Moskou de aanleiding om eveneens op te treden. Zonder veel moeite bezetten de Russen Dorpat en Narva. Dit noopte de beide andere Oostzeestaten Denemarken en Zweden om in te grijpen. De Zweden maakten zich meester van Esthland met Reval, terwijl de Denen overgingen tot bezetting van Koerland met Oesel. Hierdoor was echter de rivaliteit tusschen Zweden en Denen verscherpt. Zweden zocht steun bij de Russen tegen de Denen, die op de hulp van Polen konden rekenen. Zoo was uit den ondergang der Livlandsche ordestaat een belangrijk conflict gegroeid').

De Poolsche koning verklaarde de Zweedsche havens en Narva in staat van blokkade (1561), terwijl de Deensche koning onder voorgeven, dat de Hollanders steun verleenden aan de Zweden, overging tot bemoeilijking van de vaart der Hollanders door de Sont ). Echter niet alleen hierdoor werd het verkeer op de Finsche havens bemoeilijkt. Ten einde te kunnen voorzien in de kosten van zijn optreden, ging Gustaaf Wasa er toe over de invoerrechten in de Finsche havens te verhoogen. Deze averechtsche politiek had een bemoeilijking

1) Grotenfelt, Suomen Kaupasta ja kaupungeista (diss. Helsingfors 1887) p. 25; 25 n. 1, 28 n. 2.

2) Erdm. Hänisch, Geschichte Polens (1924), p. 141 e. V. Geschichte Danzigs (1916) II, p. 206 e. v.

Simson,

3) Resol. Staten van Holland 24 Sept. 1561 en 5 Sept. 1562. Nied. Akten II 86, 135, 137, 186, 187, 214, 223.

Häpke,

van de export tengevolge. In 1559 bedroeg de import in Viborg 455000 mark, terwijl deze in 1560 gedaald was tot 39000 mark 1).

In 1561 kon er zelfs geen tol geheven worden, daar er geen schepen de Finsche havens binnenvielen. Een der eerste daden van hertog Johan, die na den dood van zijn vader Gustaaf het bewind over Finland in handen kreeg, was een verlaging van de invoerrechten. De oorlog, die echter kort daarna (1563) tusschen Zweden en Finland uitbrak, belemmerde een herleving van de scheepvaart.

Was op deze wijze de scheepvaartverbinding tusschen Holland en Finland vrijwel opgeheven, 't zelfde kan ook gezegd worden met die tusschen Holland en Narva. De oorlog, die in 1563 tusschen Denemarken en Zweden was uitgebroken, bracht een groote stagnatie in de vaart. In de Sont werd herhaaldelijk beslag gelegd op Nederlandsche schepen door den Deenschen koning, terwijl ook de Zweden beslag legden op Nederlandsche schepen. Hierbij kwam nog, dat Reval, waar de overlading op,,cleyne platte schepen" plaats vond door verhooging van rechten, 't verkeer bemoeilijkte 2).

Het herstel van den vredestoestand in 1570 tusschen Zweden en Denemarken en in 1571 de hereeniging van Finland met Zweden bracht eenige verbetering, al kon ook de handel zich nog niet ongestoord ontwikkelen door den strijd, die telkens uitbrak tusschen Zweden en Russen en eigenlijk eerst in 1595 eindigde. Hierbij kwam ook nog de omstandigheid, dat het optreden van Watergeuzen, Fransche en Engelsche kapers het varen over de Noordzee omstreeks 1570 tot 1572 niet zonder gevaar deed zijn). Het verkeer op Narva had dan ook weinig te beteekenen:

1566 2 schepen.

1568 1 schip. 1569 1 schip.

1571 4 schepen.

Op de Finsche havens vindt men voor deze jaren geen verkeer'). Een opleving van de scheepvaart vond eerst plaats, nadat de toestanden in Holland beter waren geworden. In 1576 werd voor 't eerst Åbo bezocht, waarmede het regelmatige verkeer met deze haven van

1) Ik dank deze cijfers aan Rosèn, arch. aan 't Staatsarchiv. te Helsingfors.

2)

Rel. pol. 792: Häpke, Nied. Acten, II 241, 243, 261, 264, 266, 289, 310, 317, 318, 339, verder nog II 213. Prot. Cloet. (1565/66) f. 393. (R. A. Haarlem). 3) Schybergson, Geschichte Finlands I 124, e. v. 128, 133, 135, 137, 147. ") Häpke, Nied. Acten II, 562, 563, 598. Dep. Hoorn (1568/70) f. 462; Prot. Cloet (1566/68) f. 408; (1568/70) f. 29, 147, 467, 483 (R. A. Haarlem). Sent. Hof van Holland 566 no. 221; 575 no. 233 (A. R. A. Den Haag).

Holland uit begint. In 1585 volgt het verkeer met Viborg, Raumo, Björneborg en Helsingfors 1).

Een opleving van het verkeer met Rusland valt eveneens te constateeren. Afgezien van de vaart op Narva (1578, 1 schip), Pernau (1580, 1 schip) en Podosenko (1580, 1 schip), welke weinig beteekende, nam de scheepvaart op Noord-Rusland in omvang toe. In 1567 en 1570 had de bekende Delftsche koopman van Adrichem,,after Noorwegen in Muscoviën laten seylen"; in 1577 voer Olivier Brunel met Jan van de Walle, die optrad als agent van Gilles Hoofman van Eyckelenberg te Antwerpen, naar den mond van de Dwina 2). 't Verkeer nam toe, waaraan, behalve bovengenoemde koopman, Balthasar Moucheron en zijn broer Michael een belangrijk aandeel hadden. In 1582 waren er in Archangel aangekomen 6 Hollandsche schepen tegen 9 Engelsche schepen. De concurrentie tusschen de Hollandsche en de Engelsche scheepvaart begon zich te verscherpen. De laatste was echter in een voordeeliger positie, daar zij gecentraliseerd was in een geoctroieerde compagnie (Muscovy Cie), terwijl de Hollanders over een dergelijk lichaam niet beschikten, maar tegen elkaar concurreerden 3).

Zelfs droeg de handel, die met Hollandsche schepen gedreven werd, geen specifiek Hollandsch karakter. In een vaart, welke in 1595 plaats vond was van het kapitaal groot 3950 pond vl., dat voor dezen tocht samengebracht was, 3150 pond vl. ingelegd door Duarte Ximenes, 550 pond door 2 Hollanders en 300 pond door een Hamburger koopman *). Een poging om tot oprichting van een compagnie te komen vond plaats in 1591, toen te Amsterdam opgericht werd een Cie. van handel op Moscovia door Jacques van de Walle, Pompeius Dirksz. Occo, Gert Pietersz. Coulsart, Ghert en Cornelis Peereboom allen te Amsterdam en Merten Jansz. Moel, burg. van Gouda "). Naar het schijnt hebben andere kooplieden zich in de volgende jaren bij deze compagnie aangesloten. Zoo komt in 1593 een Amsterdamsch koop

1)

1) Dillner, Hist. Arch. B. XIII, p. X e. v.

ཐ)

Hamel, England and Russia p. 350 e. v. Pap. Adrichem. A. 16. A. 17. (A. R. A. den Haag).

3) Hamel, England and Russia p. 350. J. Kulischer, Russische Wirtschaftsgesch. p. 438. Over B. de Moucheron's handel met Rusland vgl. ook de Stoppelaar B. de Moucheron p. 60. I. Lubimenko, Der Markt zu Moskou u.s.w. (Russ. Vergangenheit IV 1923, c. II, spreekt van een tractaat tusschen den czaar en een Holl. koopm. in 1564). Holl. werklieden komen voor in 1547.

·)

[ocr errors]

Prot. Ghysberts f. 317/320 (G. A. A'dam).

Prot. Lievin Heilinc IV (Sept. 1593/Maart 1594) f. 3. (G. A. Amsterdam).

man Abraham Verbeeck voor, die in combinatie met Pompeius Occo handel drijft op Archangel 1). Men kan deze Cie. derhalve waarschijnlijk opvatten als een Joint Stock Cie. Een andere combinatie van kooplieden wordt gevormd door Isaac Lemaire, Dirk van Os en Pieter van de Pulle 2). Sporen van een gemeenschappelijk handelen van deze beide kooplieden-combinaties heb ik niet gevonden, zoodat het althans in de 16e eeuw voor 1595 niet gekomen is tot een centrale voor den handel op 't Moscovitische rijk.

't Verkeer met Rusland had een tweeledig karakter, eensdeels stond het geheel en al op zichzelf, terwijl het anderdeels samenhing met de vaart der Hollanders op andere landen. Voor de jaren, welke aan 1594 voorafgaan, bevatten de Hollandsche archieven slechts weinig gegevens; deze vloeien ons eerst toe na 1594, zoodat ik mij dus ook zal moeten beperken tot die, welke dagteekenen uit de jaren 1594 en 1595. In 1594 kwamen, volgens de gegevens uit 't Amsterdamsche archief in Archangel 4 schepen met te zamen een inhoud van 357 last, waarvan 2 bevracht waren door Is. Lemaire, Dirk van Os en Pieter van de Pulle, 1 door Abraham Verbeeck en 1 door Pompeius Occo en Abraham Verbeeck ). In 1595 kwamen er volgens dezelfde gegevens te Archangel 9 schepen met meer dan 800 last, waarvan 4 bevracht waren door Is. Lemaire, Dirk van Os en Pieter van de Pulle, 2 door Abraham Verbeeck, 1 door Pompeius Occo, 1 door Marcus Vogelaer en 1 door een combinatie bestaande uit Ximenes, Bitter, van Elssen en Bethman). Van deze tochten werd door de groep Is. Lemaire e. a. in 1594 een tocht naar Archangel gecombineerd met één naar Venetië en in 1595 door dezelfde groep een tocht naar Archangel met één naar St. Uvis en één met een vaart naar Venetië. Van de andere schepen in 1594 en 1595 wordt vermeld, dat de vaart plaats vindt naar Archangel met terugkeer naar Amsterdam. De vaart op Archangel ondernomen door de combinatie Is. Lemaire e. a. krijgt nog meer beteekenis, wanneer men let op de plaats, die Is. Lemaire in het handelsverkeer van die dagen inneemt. Is. Lemaire behoorde tot verschillende combinaties, welke misschien door een zekeren band met elkaar verbonden waren. Verbonden met Jacques Beernaert en Pieter Simensz van Hoorn dreef hij handel op Spanje en Portugal, verbonden met Dirk van Os op Italië

1)

Prot. Bruyninc IV f. 66, 100 (G. A. Amsterdam)

2) Prot. Bruyninc III 47, VIII 98 (G. A. Amsterdam).

ཐ) Prot. Bruyninc III f. 67, IV f. 29, 66, 100 (G. A. Amsterdam). *) Prot. Bruyninc III f. 175, 180, VII f. 132, 137, 167, VIII f. 1, 71, 98; Prot. Ghijsbertz f. 317. (G. A. Amsterdam).

« PrécédentContinuer »